Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Zweinstein

Je levert hier wekelijks goederen af. Het geeft je een lekker gevoel dat je met je bestelbus mag rijden waar anderen niet mogen komen. Het universiteitsgebouw maakt steeds opnieuw indruk op je. Thuis noem je het Zweinstein. ‘Ik ben weer bij Zweinstein geweest.’ Je legt een beetje minachting in je stem. Beschimpt de fietsers die zich hier als lemmingen voor je bestelbus storten. Becommentarieert het bekakte accent van de studenten die langs je wagen lopen, terwijl jij uitlaadt. Je vrouw glimlacht, je verdenkt haar ervan dat ze al heel lang niet meer echt naar je luistert. Je hebt studeren altijd gezien als een lot dat jou bespaard is gebleven. De druk van het halen van goede cijfers, daar had je tijdens de middelbare al genoeg van. Je kijkt naar Discovery en National Geographic, ’s avonds laat, als je nog niet naar bed wilt. Misschien is studeren niet anders dan het luisteren en kijken naar kennis van anderen. Waardoor die kennis dan van jou wordt. Die dingen denk je soms. ’s Ochtends stap je weer in je bus en rijdt je rondes. Je moet je niet te veel in je hoofd halen. Je bent Harry Potter niet.