Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Vroeger

Vroeger was je slaapkamerraam in de winter bedekt met ijsbloemen. Je bekeek die betoverende schoonheid van dichtbij, je voelde de kou die van het raam afkwam en maakte met je warme adem een gaatje in die pracht. Pas dan zag je de sneeuw die de wereld had veranderd in een smetteloos geheel. Aan de ontbijttafel luisterde je naar de verhalen van je ouders die lachend tegen elkaar opboden over de bittere winters van vroeger. Sneeuw op het voeteneinde van het bed, kapotgevroren ruitjes, een auto met een bevroren carburateur. Je huiverde, voelde meteen daarna de fijne warmte in de keuken. Je keek naar de oranje vlammen achter het mica ruitje van de kolenkachel en dacht aan de glijbaan die je later die dag met je vriendjes zou gaan maken. Je kunt je niet herinneren wanneer je voor het laatst ijsbloemen hebt gezien. Je voelt nog de verdovende koude in de vingertop waarmee je perfect ronde gaatjes in het ijs maakte. Enkel glas, halfsteensmuren. Vroeger.