Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Verder

Je belt met zijn zus. Vreemd hoe jij het gevoel hebt dat je leven nog gaat beginnen, terwijl om je heen de eersten al vertrekken. Jij gelooft dat er iets groots en meeslepends op je wacht, je vertrouwt erop dat ieder moment de bedoeling van alles zich zal ontvouwen. Deze man was jouw man, ooit, maar hij is bij je weggedreven en jullie geluk is uitgevlakt. Eerst door de tijd en daarna door nieuwe grote liefdes, nieuwe verwelkomingen en nieuw afscheid.
Je luistert naar een stem die zwaar is van verdriet. Gek dat mensen altijd over de details van de dingen praten. Hoe laat de arts kwam, dat de koffie koud achterbleef in de kopjes, dat het gelukkig snel ging en zonder complicaties. Je denkt na over dat woord. Complicaties. Onverwachte klachten, een probleem. Symptomen. Het hele leven is een complicatie. Dat zou hij gezegd hebben en hij zou er bij gelachen hebben, zijn hoofd iets schuin naar achter, zijn kin omhoog. Je lachte graag om zijn grapjes, je hield van hem vanwege zijn grapjes, wanneer ben je dat precies vergeten?
De stem is stilgevallen. Nu moet jij iets zeggen. Je sluit je ogen en ziet een gedekte eettafel, een beslapen bed. Je hebt hem destijds zonder enige vorm van protest laten vertrekken. Waarom eigenlijk? Je probeert iets wezenlijks te formuleren, iets waar de rouwende mee verder kan.┬áDe hond trekt aan haar riem. Ze wil dat je weer in beweging komt. Je hoort jezelf zeggen dat je verder moet. ‘Ik moet verder.’