Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

These boots are made for walking

Op de Dijk verkoopt schoenen. Merkschoenen, zoals jij ook draagt. Schoenen die je allure geven, die je in één oogopslag onderscheiden van de sloebers, de armoedzaaiers om je heen. Om te weten welk vlees je in de kuip hebt, kijk je naar iemands schoenen. Een persoon kan nog zo mooi glimlachen, of nog zulke aardige dingen zeggen, als de schoenen niet kloppen klopt de rest ook niet. Na de schoenen check je natuurlijk de rest van de outfit, want je wilt toch zeker weten dat de schoenen niet per ongeluk goed zijn. Broek, jas, bril. Haren. En natuurlijk het lijf waar dat allemaal op en aan zit. Een goed lijf is een strak lijf. Een goed lijf is een lijf dat wordt getraind, en waarmee wordt gepronkt. Een lijf is in feite ook een accessoire, waar je controle over hebt. Hij had dat wel, een goed lijf. En goede schoenen ook, zeker weten. De rest klopte ook. Hij glimlachte alleen nooit meer naar je, zei niets aardigs meer, nam je voor lief. Pronkte met zijn lijf en liet jou links liggen. Begon rotopmerkingen te maken in bijzijn van zijn vrienden. En dat pik je niet. Daar heb je al die moeite niet voor gedaan. Je loopt met rechte rug bij hem vandaan. Je kunt beter krijgen. Leuker misschien wel. Liever wellicht. En als niet dan niet. Je zet de pas erin, je schoenen lopen lekker. Er komt een liedje in je op, een melodie en een vrouwenstem. Stoer, ongenaakbaar. Are you ready boots? Start walking.