Straatbeeld Alfred Oosterman | Zeer kort verhaal #ZKV Marjolein Scherphuis

Spijt

Je hebt met een harde klap de voordeur achter je dichtgetrokken en zijn huis en straat achter je gelaten. Je meegegriste tas bonkte tegen je heup terwijl je met kwade stappen koers zette naar de binnenstad. Je vermeed de terrassen en negeerde de warmte van de lage zon op je gezicht. Nu je hier zit, voel je hoe je bonzende hart je ribben geselt. Je had het als eerste moeten zeggen. Als jij het als eerste had gezegd, had hij het niet meer kunnen zeggen.
Je tuurt naar de half opengeslagen weekendkrant onder je handen. Er is niets aan de hand, je wilde toch al niet meer. Dat is wat je had moeten zeggen. ‘Je kunt het niet met mij uitmaken, want ik wilde toch al niet meer.’ ¬†Wanneer straks je hart bedaart, zul je naar huis lopen en iets normaals gaan doen. Thee zetten. De kattenbak verschonen. Je gezicht in de keukenhanddoek duwen en je neus snuiten. Je hebt spijt van die harde klap van de voordeur. Spijt dat je niet je schouders hebt opgehaald en kalm bent vertrokken. Spijt dat je een loser bent. Je hebt spijt.