Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Sinterklaas

Dit is hoe je je als kind voorstelde dat Sinterklaas te werk ging. Ineengedoken, heimelijk en bovenal zo vlug als water. Komt en gaat in de nacht. Alomvattend aanwezig en meestal onzichtbaar. Of juist andersom. Meer dan zichtbaar in de klas, waar hij torenhoog boven jou en je vriendjes uitstak, en waar je de bovenmeester zag knikken en buigen zoals hij voor niemand deed. Ja Sinterklaas, nee Sinterklaas, natuurlijk Sinterklaas. Het duurde jaren voordat je begreep hoe het kon dat er na het bijwonen van de Sinterklaasintocht bij thuiskomst een pakje op je bed lag. Lief van je moeder, inderdaad. Maar als kind geloofde je in de almacht van de goedheiligman, die blijkbaar overal tegelijk kon zijn. Zo iemand heeft iedereen nodig. Maar eenmaal volwassen neem je zelf de rol van Sinterklaas op je. Je klungelt met pakpapier en plakband. Worstelt met gedichten en verstopt cadeau’s op geheime plekken. Nodig hebben wordt nodig zijn. En opwinding wordt weemoed. Je weet nu wie Sinterklaas is en je weet ook dat de almacht ver te zoeken is. Maar je kwijt je van je taak. Ineengedoken, heimelijk en bovenal zo vlug als water.