Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Ondertussen, in ’s Hertogenbosch

Ze hebben geshopt. Hij draagt haar tas, zo is hij. Ze bleef langer rondkijken dan hem lief is. Hij rekende voor haar af en nu, op weg naar huis, bepaalt hij het tempo. Hij houdt van opschieten. Straks zal hij aanschuiven aan de grote keukentafel en de weekendkranten voor zich neerleggen. Die leest hij methodisch. Eerst de economie pagina’s, dan de sport. Het gewone nieuws slaat hij over, dat heeft hem al via internet bereikt. Zij maakt zijn espresso’s, zoals hij ze graag heeft, met een glaasje water erbij.┬áDe serveerster achter het raam lijkt weggelopen uit een Engels kostuumdrama. Ze kunnen vanavond uit eten gaan. Ze kunnen het ook niet doen, dan heeft hij tijd om te gaan hardlopen. Dingen willen en ze met groot gemak weer loslaten, daar houdt hij van. Hij voert de snelheid nog wat op. ‘Niet zo snel’, zegt ze. Hij reageert niet.