Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Kennen

Ze komen in steeds grotere getale binnen. Eerst stelde het je gerust, het rijtje appjes in het venster van je mobiel. Ze dacht aan je! Maar nu de stroom onstuitbaar lijkt geworden, krijg je het er een beetje benauwd van. Ze deelt alles met je, ook dingen die je niet per se hoeft te weten. Wat haar vriendinnen zeggen, wat haar vriendinnen denken, wat haar vriendinnen doen. Welke broek ze draagt, welk shirtje, welke schoenen. Ze stuurt foto’s van zichzelf, met getuite mond, staand voor een spiegel waarin je een deel van een meisjeskamer ziet afgebeeld. Je ontmoette haar op een feest. Ze was het soort meisje dat niet meteen ladderzat op je schoot klom. Ze had in de deuropening van de kamer staan kijken naar de anderen, haar hand losjes op een heup, de andere hand om de deurpost. Ze zag eruit als iemand om van te houden. Op dat moment dacht je te weten wie ze was. Alle verdere rituelen van toenadering konden overgeslagen worden. Ze had in de stilte van de bijna-ochtend naast je gefietst en jullie hadden gezwegen. ‘Samen zwijgen is de mooiste vorm van praten’, schreef je die avond in je dagboek. Op het scherm verzamelt zich een wolk van nieuwe berichtjes.