Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Het toegebrachte leven

Je weet dat je alleen voorwaarts kunt leven. Wat geweest is neem je weliswaar mee, maar je kunt er niet naar terug. Eenmaal toegebracht leven is onomkeerbaar, je kunt hooguit kiezen er wel of niet aan terug te denken. En zelfs dat laatste is niet voor iedereen weggelegd. Herinneringen die met een bijl in je hersenen zijn gekliefd laten zich, ook decennia later, niet wegdenken. Zij vervoegen zich bij je mentale voordeur en verdringen elkaar als het gaat om het zich zo levendig mogelijk presenteren. Wat kun je doen als vergeten geen optie is. De deur openzetten en de herinneringen, gevoelens – je ongevraagde staat van zijn – toelaten, deze verwelkomen als gasten, zoals in het door Coleman Barks zo raak vertaalde gedicht* van de Perzische filosoof en dichter Rumi. Je gevoelens een stoel aanbieden en je oefenen in geduld, tot ze verkiezen te vertrekken. De benauwenis is eindig, de opluchting voor altijd. Je gasthuis kan niet groot genoeg zijn.

 

* The Guesthouse | Rumi
Translated by Coleman Barks
This being human is a guest house.
Every morning a new arrival.
A joy, a depression, a meanness,
some momentary awareness comes
as an unexpected visitor.
Welcome and entertain them all!
Even if they’re a crowd of sorrows,
who violently sweep your house
empty of its furniture,
still, treat each guest honorably.
He may be clearing you out
for some new delight.
The dark thought, the shame, the malice,
meet them at the door laughing,
and invite them in.
Be grateful for whoever comes,
because each has been sent
as a guide from beyond.