Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Groningen

Vandaag ineens weer sneeuw. Fietsen gaat moeilijk, het is de kunst om niet bang te zijn, om niet te voorzichtig te fietsen, want juist dan ga je onderuit. De stilte maakt haar rustig. De verte reikt verder dan ooit nu de weilanden en akkers zijn bedekt met een egale laag sneeuw. Groningen is haar geboortegrond, ze zou nergens anders willen wonen. Kunnen wonen.
Ze weten het niet, in Den Haag, hoe mooi het hier is. En dat er mensen wonen, echte mensen, met echte levens, weten ze ook niet. Ze zien hen als een papieren probleem, een hoofdpijndossier, maar ze begrijpen niet de dagelijks terugkerende werkelijkheid van de Groningers. Eerst waren alleen de mensen in de verderop gelegen dorpen bang. Nu is die angst ook in haar hart geslopen. Angst voor de aarde die zich steeds vaker roert, op steeds meer plekken, en angst voor de instanties die niet doen waar ze voor zijn. De overheid hoort haar burgers te beschermen, dat heeft ze op de lagere school al geleerd. Die zorgeloze periode uit haar leven voelt onbereikbaar ver weg.  Ze richt haar aandacht op de bevroren weg. Het is de kunst om niet bang te zijn. Om niet te voorzichtig te leven. Want juist dan ga je onderuit.