Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

‘Geheugen, spreek’

Het leven is op alle mogelijke manieren door je heen gegaan. Je zoekt de drukte niet meer op – je beschouwt liever dan nog deel te nemen aan het gekrakeel. Je hebt niets meer te bewijzen, aan jezelf noch aan de anderen. In feite heb je de gemoedstoestand bereikt waar je als jong mens naar verlangde. Echter heb je nu in plaats van een toekomst vooral heel veel verleden. Het leven zou zich beter omgekeerd kunnen afspelen. Met de wijsheid van de ouderdom de onzekerheden van de jeugd te lijf gaan. Wat voor wereld zou dat opleveren?
Je gaat verzitten, kijkt even naar de anderen. Denkt aan het boek van Nabokov dat je las toen je er te jong voor was en waaruit slechts een flard van een zin je is bijgebleven. ‘… dat ons bestaan niet meer is dan een vluchtig kiertje licht tussen twee eeuwigheden van duisternis.’  Het is een zin die je al op veel momenten in je leven dacht te begrijpen. Vandaag begrijp je hem opnieuw. De anderen bevinden zich met jou in datzelfde kiertje licht. Jullie delen de tijd.
Een prikkelende gedachte, en tegelijkertijd volkomen zonder waarde, want wat heeft dit inzicht voor zin als de anderen zich er niet van bewust zijn?
Je voelt een glimlach opkomen. Ben je toch weer met de anderen bezig, met hun onvolkomenheden nog wel. Verwondering zonder oordeel is een lastige opgave. Misschien moet je nog iets ouder worden, nog iets langer in het kiertje licht vertoeven. Nog iets meer geheugen verzamelen, voordat je spreekt.