Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

De stad, de stad

De stad is er al honderden jaren, de verzameling gebouwen getuigt zwijgend van tijd die verloren ging, levens die onopgemerkt passeerden. Zoals jij hier ongezien fietst – met je wild kloppende hart, je razende bloed, je oververhitte hersenen. Je bent te laat. Je komt straks bezweet aan en je zult de hele dag achter jezelf aan blijven lopen. Je zou ook eens op tijd kunnen vertrekken en jezelf een gevoel van kalmte kunnen bezorgen. Beheerste kalmte. De tranen prikken, je vloekt hardop. Het deert de stad niet. Ooit gebouwd door mensenhanden, maar voorgoed onaantastbaar waar het de gevoelens, gedachten en het gedrag van diezelfde mensen betreft. Zolang er geen sloophamer in beeld komt, of bommen uit vliegtuigen vallen, is de stad de stad. Een stil decor waarin jouw kleine leven niet meer is dan een voorbijtrekkende schaduw. Je buigt je verder voorover, duwt nog harder op de pedalen in een poging de tijd te verslaan.