Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

De goede kant

Je kunt je niet herinneren hoelang het gaat zoals het gaat. Misschien is het altijd zo geweest. Op vrijdagochtend naar de markt, vooraf met elkaar de aanbiedingen doornemen, gezamenlijk de kramen op het plein bestormen en na afloop uitpuffen bij de bushalte. Tijdens het wachten op de juiste lijn nemen jullie de laatste roddels door. En daar gaat het mis. Op een dag zijn je vriendinnen als op afspraak binnensmonds gaan praten, ze buigen zich alleen nog naar elkaar en negeren jouw kreten om hun zorgvuldig gekozen woorden te herhalen. Je hebt hen nodig om gevoed te worden met verhalen, zelf maak je niks meer mee. Je vraagt je iedere vrijdag af wat je kunt doen om dit tij te keren. Had je zelf maar een smeuïg verhaal dat je op kon dissen zodat ze aan jouw lippen zouden hangen. Desnoods verzon je een verhaal, maar daarvoor ontbreekt je de energie. En na een aantal vrijdagen geërgerd naast hen te hebben gezeten merk je dat iets in je zich verzoent met de buitenpositie waarin je terecht bent gekomen. Het heeft iets aangenaams om naast hen te zitten en bij hen te horen zonder nog deel te nemen aan hun gesprekken. Het zal gaan over de dochter van de kapper of de zoon van de bakker en de een zal zwanger zijn en de ander met stille trom vertrokken en het is allemaal niks nieuws want zo ging het en zo gaat het en zo zal het altijd gaan. Je leunt op je boodschappenkarretje en luistert naar de zangerige toon van de stemmen naast je. Straks zullen ze je helpen je boodschappen in de bus te tillen. En de chauffeur zal pas optrekken als jij zit. Zolang die dingen gaan zoals ze altijd gingen is er niets aan de hand. Je bent nog steeds aan de goede kant.