Als je loslaat

Als je loslaat houdt de muziek op. Dat weet je zeker, want de muziek begon toen jij de piano vastpakte. Je probeert te bedenken of je al eens eerder zo’n belangrijke taak hebt gehad. Je denkt van niet. De man achter de piano leest de muziek af van een vel papier dat voor zijn neus ligt. De vrouw met de glinsterende saxofoon speelt zonder noten en toch klinkt het goed. Zo nu en dan kijken ze naar je – hun hoofden knikken op de maat. Ze weten dat jij de boel gaande houdt, jullie weten het alledrie. De mensen in de treinen die boven jullie hoofden af en aan rijden weten het niet, net zo min als de mensen die in de huizen wonen waar de treinen straks langs zullen rijden. Je mag niet afdwalen, je moet aandachtig blijven vasthouden. Schuin boven je hoofd tikt een klok en verschijnen namen van bestemmingen waar weer nieuwe treinen naartoe rijden langs weer andere huizen waar ook weer onbekende mensen wonen. De perrons hebben nummers. En achter ieder nummer staat een a of een b. Er is een roltrap en een vaste trap en eenmaal in de trein kun je niet meer uitstappen en teruglopen naar de piano om verder te luisteren. De stem van je moeder danst boven de tonen van de vleugel uit, vermengt zich met het geratel van de treinen. Je gaat op één voet staan en vouwt je andere voet over je enkel. Je voelt het gladde hout onder je vingers bewegen. Als je loslaat houdt de muziek op.