IN BEELD

Met je paraplu

9 december 2018

Je voelde vanochtend de opwinding, tijdens het ontbijt en vooral erna toen hij aandachtig zijn spullen bij elkaar legde. Hoe stiller hij wordt, hoe spannender hij het vindt. ‘Het weer werkt niet mee.’ Echt een opmerking van je moeder. Alsof hij zich laat verslaan door de wind of de regen. Hij is sterk, gelooft in zichzelf. Zo wil jij ook worden. Blijven lopen, onverstoorbaar, je blik gericht op de finish. Je vader zegt dat je de finish achter je ogen moet zien, juist als je dat in het echt nog niet kunt. Je moet je voorstellen hoe je je zult voelen als je er doorheen gaat. Winnen van jezelf. Doen wat je je had voorgenomen. Zo eenvoudig is geluk. Je moeder heeft het niet bij woorden gelaten. Ze fietst met hem mee, luistert naar zijn zwijgende ademhaling, het ritmische geluid van zijn voeten. In de verte zien je ouders eruit als een team. Ze zijn er bijna, want jij staat bij de finish. Met je paraplu. Lees meer…

Op een foto kunnen meerdere dingen gebeuren

2 december 2018

Een jonge vrouw fietst het beeld in en je drukt af zonder aarzelen. Je aandacht was gericht op de school en het project dat je kortgeleden afrondde. Je nam jonge mensen mee in jouw visie op beeld. Hun indrukken zijn vastgelegd. En juist op het moment dat jij die vastlegging wilt vereeuwigen, fietst die vrouw je beeld in. Ze draagt geen jas, en dat valt op, want de vrouw verderop in de foto draagt een groot jack met een heuse kraag. De elleboog van haar linkerarm is geheven, ze zoekt kleingeld of haar bankpas voor de parkeermeter. De vrouw op de fiets heeft haast. Ze verdwijnt in de tegengestelde richting. Met zichtbare stress, en dus zonder jas. Geen van de vrouwen kijkt naar de woorden van Hassan. Maar zijn vijftienjarige visie wordt gezien, deze is niet onopgemerkt gebleven. Ja, op een foto kunnen meerdere dingen gebeuren. Lees meer…

Sneller

25 november 2018

Je fietst zo snel als je kunt en toch denk je dat het nog sneller moet. Het is het verschil tussen een trein halen of missen en daarmee het verschil tussen wel of niet op tijd thuis zijn voor het eten. Een maaltijd die je zelf bereidt, wel te verstaan, voor jezelf en voor je kinderen, die wel de tafel afruimen en de vaatwasser vullen, maar die je niet laat koken omdat je vindt dat het jouw taak is om eten voor hun neus te zetten. Moet je wel op tijd thuis zijn. Je hebt de hele dag hard gewerkt en je best gedaan om niet te denken aan hun thuiskomst in een leeg huis. Eerst de een, dan de ander. Koningskinderen. Hun gevoelens van gemis vullen de woonkamer als jij straks binnenstapt. Alsof de komst van de aanwezige ouder de ontbrekende ouder zichtbaar maakt. Je keel lijkt te klein voor de krop die zich daar heeft genesteld. Je hart bonkt en je hapt naar adem. Je moet de trein halen. Het moet lukken. Je moet nog net iets sneller.   Lees meer…

‘Geheugen, spreek’

18 november 2018

Het leven is op alle mogelijke manieren door je heen gegaan. Je zoekt de drukte niet meer op – je beschouwt liever dan nog deel te nemen aan het gekrakeel. Je hebt niets meer te bewijzen, aan jezelf noch aan de anderen. In feite heb je de gemoedstoestand bereikt waar je als jong mens naar verlangde. Echter heb je nu in plaats van een toekomst vooral heel veel verleden. Het leven zou zich beter omgekeerd kunnen afspelen. Met de wijsheid van de ouderdom de onzekerheden van de jeugd te lijf gaan. Wat voor wereld zou dat opleveren? Je gaat verzitten, kijkt even naar de anderen. Denkt aan het boek van Nabokov dat je las toen je er te jong voor was en waaruit slechts een flard van een zin je is bijgebleven. ‘… dat ons bestaan niet meer is dan een vluchtig kiertje licht tussen twee eeuwigheden van duisternis.’  Het is een zin die je al op veel momenten in je leven dacht te begrijpen. Vandaag begrijp je hem opnieuw. De anderen bevinden zich met jou in datzelfde kiertje licht. Jullie delen de tijd. Een prikkelende gedachte, en tegelijkertijd volkomen zonder waarde, want wat heeft dit inzicht voor zin als de anderen zich er niet van bewust zijn? Je voelt een glimlach opkomen. Ben je toch weer met de anderen bezig, met hun onvolkomenheden nog wel. Verwondering zonder oordeel is een lastige opgave. Misschien moet je nog iets ouder worden, nog iets langer in het kiertje licht vertoeven. Nog iets meer geheugen verzamelen, voordat je spreekt.   Lees meer…

Paf

11 november 2018

Het had allang rotweer moeten zijn. Somber en guur, zoals elk jaar in november. Maar de nazomer is onverstoorbaar. Dus vind je jezelf zittend op een bankje terug, zonder jas, naast je beste vriend die zoals gewoonlijk een niet aflatende stroom woorden over je uitspuugt. Over vroeger, toen winters nog echte winters waren en je van zowel de seizoenen als de mensen op aankon. Jullie paffen een paar sigaretten weg en kijken naar de voorbijgangers. Nu praat je vriend over zijn bezoek aan de opticien. Hij noemt zijn bril een fok. ‘Laat me effe me fok opzetten, zeg ik tegen die vrouw, toen ze me ogen wou meten.’ Je glimlacht en rolt je sigaret van je ene naar je andere mondhoek. ‘Nog een paar weken, dan is het al Kerst!’ Je vriend zet zijn ongeloof bij met een stevige rochel. De wind komt uit het zuiden, zelfs in de stad is dat voelbaar. ‘Mokum, stad van me hart.’ Nu zingt hij. Mensen kijken, hij merkt het niet. Je biedt hem een nieuwe sigaret aan en na het opsteken leunen jullie in dezelfde beweging achterover. ‘Ik sta paf,’ zegt hij. ‘Wat een zomer. Ik sta volkomen, volledig, volstrekt paf.’ Lees meer…

Herfst

4 november 2018

Het zijn niet alleen de bladeren. Ook binnen jezelf is iets aan een tomeloze val begonnen. Hoe kan het dat je jarenlang als vanzelf samenleeft en dan ineens twijfelt? Hoe kan het dat achteloos vertrouwen omslaat in nachtelijk gepieker over gebeurtenissen, woorden die zijn gesproken of juist niet zijn gezegd? En, nog wezenlijker, hoe kan het dat een vreemde zomaar je leven in komt lopen en straffeloos die grote, alles omvergooiende onrust meebrengt? Het is het verkeerde seizoen. De lente is bedoeld voor dwaze verliefdheden. En jij staat zonder jas in een snijdende noordoostenwind. Je bent naar buiten gelopen met een smoes, de kleinheid daarvan was verachtelijk. En toch huppelde je hart toen je, eenmaal buiten, de koude lucht inademde en je telefoon in je hand nam. Je bent een willoos wezen geworden dat volkomen idolaat luistert naar de stem aan de andere kant van de lijn. Een stem die je met de snelheid van het licht zo eigen is geworden dat je nooit meer naar een andere stem wilt luisteren. Je legt jezelf het zwijgen op. En terwijl alles wat achter je ligt waardeloos lijkt te worden, luister jij naar de flinters toekomst die je worden ingefluisterd, met een stem zo zacht als het ritselen van vallend blad. Lees meer…

Eindpunt

14 oktober 2018

‘Centraal Station, dit is het eindpunt van deze trein. Vergeet u niet uw spullen mee te nemen, geniet van onze mooie hoofdstad en denk om zakkenrollers.’ Buiten overvalt het licht je. Onwillekeurig voel je of je je portemonnee en je telefoon goed hebt weggeborgen. Je aarzelt of je de tram zult pakken maar het is mooi weer en je hebt de tijd. Misschien is het daarom dat je blijft staan om te kijken hoe de foto wordt gemaakt. Het is duidelijk de wens van de vrouw in de rolstoel om met elkaar geportretteerd te worden. De manier waarop de hond poseert, wijst erop dat dit een vaak herhaald ritueel is. De jonge vrouwen achterin het troepje muiten door gekke gezichten te trekken, de aandacht van het jongetje is bij de hond. Je vraagt je af of je moet aanbieden om de camera over te nemen, zodat ook de man in de foto kan optreden. Nu is alleen de rollator een stille getuige van zijn aanwezigheid. Je voelt opnieuw naar je portemonnee en loopt door. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Vanzelf

30 september 2018

Het gaat al decennia zo. In de zomer laven mensen zich aan de schaduw die je met je dichte bladerdak biedt. Jouw ruisen heeft in de lente al menig jong paar in vervoering gebracht en in de herfst raken mensen vervuld van weemoed door de rijke schakering aan warme tinten die je voortbrengt. Het gaat allemaal vanzelf. Van zo’n picknick met jonge kinderen en hun kokette moeders geniet jij, zolang ze maar geen punaises in je prikken om een schatkaart op te hangen. Je begeleidt het gemurmel van de oudere stemmen aan de andere kant van je stam met het geritsel van je bladeren. Je bent zowel de dirigent als het orkest, je componeert en voert uit. Allengs zal het vroeger donker worden en als je al je blad hebt losgelaten zal het zijn alsof je wortels zich weerspiegelen in je stam en takken. Dan komt de leegte, waarin jij jezelf toestaat te slapen, in het vertrouwen dat alle processen die in jou rusten wakker zullen worden gekust door de eerste stralen van de voorjaarszon. Ja, het gaat allemaal vanzelf. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Nog even

23 september 2018

Het is een van de laatste zomerdagen. Gisteravond kondigde de weervrouw de herfst aan. Je hoorde het vanuit de keuken en zag in een glimp je ouders voor de televisie zitten – bezadigd naast elkaar op de bank, hun beider gezichten ingespannen gericht op het televisiescherm. Televisie is zo uncool, in jouw vriendengroep kijkt niemand meer. Waarom zou je realtime dingen willen zien als je ze ook kunt oproepen op een moment dat het jou past?  Het leven speelt zich af terwijl anderen televisie kijken. De zon is nog warm. Jullie kunnen best even het terras op. Straks voorstellen. Eerst even Snapchat checken, en Insta. Even terug naar Snapchat. Nog even Insta. Nog even. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Wachten

17 september 2018

Het zit niet in je aard, geduld, maar het gaat je steeds makkelijker af. De hondjes weten het, dat je zo nu en gaat zitten. Bij hen is geduld een onderdeel van de volgzaamheid die de meeste honden naar hun baas betrachten. Vaak is vijf minuten voldoende om op adem te komen. Om meer lucht te krijgen zou je rechtop moeten zitten, maar dat doe je nu eenmaal niet graag. Voorovergebogen, je onderarmen rustend op je bovenbenen, zie je eruit als iemand die op zijn vrouw wacht. Niemand hoeft te zien dat je in plaats daarvan op het resterende deel van je toekomst zit te wachten. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Zien

9 september 2018

De hond heeft het aangevoeld. De hitte werd je te veel – nu je zit, kalmeert je op hol geslagen hart. Het duurt even voordat je de rondingen van je zitplaats kunt duiden. Je rug leunt tegen het huis van God. Meteen na dat besef hoor je het orgel in de kerk aanslaan, de lange trillers die het begin van een psalm aankondigen. Hoe lang ben je boos geweest op God? Waarom jij, waarom toen, waarom? Lang. Je bent lang boos geweest. Pas toen je ging ervaren wat je allemaal nog wél kon, werd het lichter en uiteindelijk is de last van de woede van je afgevallen. Je hoeft je ogen niet te sluiten om meegevoerd te worden door het gezang dat uit de open kerkdeur stroomt. Daarbinnen, in het donker van de kerk, belijden mensen hun geloof. Jij zit in het licht en weet dat je God niet hoeft te zien om hem te kunnen ervaren. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Water

2 september 2018

Leeuwarden. Hoofdstad van een landsdeel waarin water de hoofdrol speelt. Ze zijn het zich niet bewust, je kinderen, dat hun spel een afspiegeling is van de kolossale waterpret in de rest van de provincie. Je hebt je armen over elkaar geslagen, je knieën zijn iets gebogen. Zo kun je langer staan. Mooi toch, hoe kinderen zich nooit bezig houden met de toekomst. Doorweekt zijn ze, en jij hebt in je rugzak alles bij je, behalve droge kleren. Maar ach, het is meer dan dertig graden. Op weg naar de auto zal de zomerwind straks vermoedelijk hun kleertjes drogen. Toen jij klein was smeet pake je in de vaart als het zulk heet zomerweer was. ‘Kinderen moeten zwemmen voordat ze kunnen lopen’, riep hij, als je hoestend kwam bovendrijven. Je paniek liet zich op den duur verdrijven door het vertrouwen dat hij je er heus wel uithaalde als je niet meer wist wat boven en wat onder was. Met harde hand. Dan is dit toch beter. Spelen met water, in plaats van een speelbal te zijn van de ruwe golfslag in de diepe, donkere vaart. Je huivert. Klapt in je handen. ‘Kom kinderen, we gaan.’ Lees meer…

Borrelen

21 juli 2018

Oma noemde het een heus avontuur en daar lachte je om, maar je voelde diep van binnen een nieuw soort angst borrelen. Het hospiteren was een crime, je hebt je er doorheen gebluft met de tips van je zus. Keurig handjes geven, ook aan de andere hospitanten, laten zien dat je sociaal bent, oogcontact maken, leuk doen maar niet té leuk, jezelf zijn, maar dan wel de meest ultieme versie van jezelf en hoe dan ook cool blijven. Niemand heeft je roffelende hart en de triller in je stem opgemerkt. Ook op de wekelijkse huisborrel ben je cool. Je zit cool, je zegt coole dingen en neemt coole slokjes uit je wijnglas. Heel soms verlang je naar de bejaardenflat van oma, waar het fijn stil is, waar je de klok kunt horen ademhalen voordat-ie slaat. Waar je in je pyjama ondersteboven op de bank kunt hangen en waar je niet leuk hoeft te doen. Waar je gewoon bént zonder iemand te hoeven zijn. Maar je houdt dat verlangen voor je en richt je aandacht op het borrelen. Lees meer…

Spelen

16 juli 2018

Je hebt op gitaarles gezeten, toen je jong was. Je was er van overtuigd dat je met je spel een kras op het universum zou zetten. Het was anderen gelukt, dus waarom zou het jou niet lukken. Je speelde in een bandje dat uiteen viel. Je speelde in een ander bandje dat hetzelfde lot beschoren was. Je liet je gitaar steeds vaker links liggen, je aandacht ging uit naar meisjes, naar je studie, naar werk en uiteindelijk is je toekomstige succes een herinnering geworden. De gitaarman in de Folkingestraat krijgt altijd een euro van je. Hij is zijn instrument trouw gebleven, hij heeft zijn gitaar niet losgelaten. Met die euro betoon je hem respect. De gitaarman doet wat jij niet deed. Hij speelt. Lees meer…

Bestaan

8 juli 2018

De tuin van je ouders is niet voorhanden en het balkon van je studentenhuis staat vol met bierkratten. Dit plekje vond je tijdens je eerste solo-wandeling door de stad. Alles voelt nieuw; je billen op de houten bank, je handen om het boek, zelfs je hart klopt op de slag van nieuw – nieuw – nieuw. Terwijl je leest, voel je de streling van de zomerwind, je luistert naar het fluisteren van de bladeren. Ze spreken een zinderende, ruisende taal. De schaduwen op de grond vormen vertrouwde patronen die je niet eerder zag. Je onthoudt niets van wat je leest en toch is het alsof je nog nooit zo intens een boek las. Je bestaat meer dan ooit. Lees meer…

Jong

24 juni 2018

Je wilt verder, je wilt door, maar opa houdt je tegen. Hij wilde zitten. ‘Kom jong, even maar.’ Nou, dat even van opa ken je maar al te goed. Hij zegt dat-ie wil zitten om gezellig mensen te kijken. Maar de waarheid is dat opa moe is. Moe van het lopen en moe van het kijken en moe van het praten. Je zit daar maar en het enige wat opa voortbrengt is het raspende geluid van zijn ademhaling. Als je hem straks hebt afgeleverd, ga je een stuk hardlopen. En daarna thuis heel hard muziek draaien. Je neemt je hartgrondig voor om nooit oud te worden. Lees meer…

Vieren

24 juni 2018

Dit zijn de beste momenten. Je bent kalm, ontspannen, zonder haast. Het duurt altijd even, de wisseling van het jachtige alledaagse naar deze prettige achteloosheid. Achter je weet je je verzekerd van liefde, voor je ligt de toekomst. Je bent onderweg naar een nieuwe verte, een onbekende horizon, je bent op expeditie. Je glimlacht om de managementtaal waar je de komende drie weken van bent verlost.  De sluis wordt geschut. Je hoeft niets te doen. Alleen op het juiste moment het touw wat laten vieren. Lees meer…

Band

14 juni 2018

Hij stelt zich voor dat hij in zijn schuurtje zit, met de deur open voor wat frisse lucht en zijn gereedschap uitgestald op de grond. Het is bijna klaar. Nog de binnenband in de buitenband, dan het wiel terugplaatsen, alles even nalopen, gereedschap en materiaal terugdoen in het etui, de fiets omdraaien, opstappen en wegfietsen. Hij hoort het geronk van een optrekkende bus tegen een achtergrond van zingende vogels. En dichterbij, het geluid van voetstappen. Hij sluit zijn ogen en richt zijn aandacht op het brommende geluid van de TL verlichting in het schuurtje. Straks het wiel terugplaatsen. Nu eerst de binnenband in de buitenband. Lees meer…

Kantjeboord

6 juni 2018

Je bent vroeg opgestaan, maar niet vroeg genoeg. Je make-up verzorg je straks, voor de gebarsten spiegel in de meisjestoiletten op school. Tot die tijd word je gered door je zonnebril. Je staat te wachten op de anderen. Het is shit dat zij te laat zijn, nu had je dus achteraf genoeg tijd gehad. Je haar zit goed, daar heb je al dagen geen omkijken naar. Dat scheelt. Het spiegeltje van je scooter is te klein. Je gaat niet als een debiel je gezicht zitten opmaken voor zo’n prutsding. Je rommelt in je schoudertas en vindt je luchtje. Hugo Boss, The Scent for Her. Gekregen van je moeder omdat je overging. Het was kantjeboord. Maar kantjeboord is beter dan niet overgaan. Je komt straks te laat bij Nederlands. Vanwege je make-up dus. Maar wat kan je gebeuren, je ruikt lekker. Lees meer…

De levende krant

30 mei 2018

Je leest hier iedere ochtend de krant en houdt je doof voor de verhalen die zich naast je ontvouwen. De nieuwsberichten spreken van onrustbarende internationale ontwikkelingen. De wereld lijkt geleid te worden door mensen die de zorg voor hun ego belangrijker vinden dan het in stand houden van een wereldorde waarin veiligheid voorop staat. Je bent je er pijnlijk van bewust dat het lezen van het nieuws geen daad is. Naast je worden de stemmen harder. De mannen uit het dorp bespreken de weersomstandigheden en de te verwachten resultaten van de oogst. Tussendoor benoemen ze razendsnel het naderende faillissement van een dorpsgenoot, het periodieke vreemdgaan van de koster en de prijzen van de plaatselijke super, die fors omhooggaan nu het toeristenseizoen nadert. Het is allemaal schandelijk in de ogen van de mannen die wel een plek op het terras innemen maar geen koffie bestellen. Met andere ogen bekeken zouden zij de redactie van de dorpskrant kunnen vormen. Dit zou de dagelijkse vergadering zijn. Behalve dat niemand iets opschrijft. Het gesproken woord prevaleert en verwaait vervolgens. Orale overlevering, een levende krant. Je vraagt je af waar de koffie blijft die je hebt besteld. Lees meer…

Bewegen

23 mei 2018

Hij maakt de korte wandeling iedere dag. De dokter zegt dat bewegen goed is tegen de somberte. De wandeling naar zijn oude garage duurt tegenwoordig tien minuten. Vroeger was hij er met een paar ferme passen, maar vroeger is voorbij. De roldeur gaat piepend en krakend omhoog en toont het wereldje waar hij dagelijks urenlang kluste. Hij noemde het zijn werkplaats. Verboden terrein voor zijn vrouw en kinderen. Een plek om tot rust te komen, om materiaal onder zijn handen van vorm te voelen veranderen. Soms zat hij er alleen maar. Rookte een sigaret, dronk stiekem een pilsje en genoot van de stilte. Van de rust. Zijn plek is verworden tot een kijkdoos waar hij zelf niet meer in past. Het stemt hem weemoedig. Ga er dan niet meer heen, zeggen zijn kinderen. Maar hij moet wandelen en wordt steeds opnieuw hierheen getrokken. Zijn dochter nam hem opnieuw mee naar de huisarts. Vertelde over zijn beweging van somberte naar weemoed. Als u maar wandelt, zei de dokter, het maakt niet uit waarheen. Haar ogen waren gericht op het beeldscherm, haar aandacht bewoog zich naar de volgende patiënt. Lees meer…

Je maat

9 mei 2018

Je maat begrijpt niet alles, sommige dingen moet je hem uitleggen. Voordoen. Vaak meer dan eens. Je weet niet precies uit welk gebied hij komt. Hij praat met een tongval, je verstaat hem niet altijd even goed. Het grote plaatje overzie jij. De straten die in jullie schema staan, de plekken waar moet worden geveegd. Tijdens de dagelijkse ochtendbriefing in de loods, waar hij altijd zwijgend zijn beker koffie van je aanneemt, is het alsof de informatie alleen voor jouw oren bestemd is. Hij hoort het niet, slaat het in ieder geval niet op. Gedurende de dag wordt hij niet gehinderd door een gevoel van urgentie of andersoortige stress. Hij volgt, jij leidt. Je doet hem maar weer eens voor hoe je de zak verwisselt. Hij kijkt geïnteresseerd toe. Het sjekkie in zijn hand is bijna op, straks zal hij een nieuwe opsteken. Lees meer…

Zweinstein

2 mei 2018

Je levert hier wekelijks goederen af. Het geeft je een lekker gevoel dat je met je bestelbus mag rijden waar anderen niet mogen komen. Het universiteitsgebouw maakt steeds opnieuw indruk op je. Thuis noem je het Zweinstein. ‘Ik ben weer bij Zweinstein geweest.’ Je legt een beetje minachting in je stem. Beschimpt de fietsers die zich hier als lemmingen voor je bestelbus storten. Becommentarieert het bekakte accent van de studenten die langs je wagen lopen, terwijl jij uitlaadt. Je vrouw glimlacht, je verdenkt haar ervan dat ze al heel lang niet meer echt naar je luistert. Je hebt studeren altijd gezien als een lot dat jou bespaard is gebleven. De druk van het halen van goede cijfers, daar had je tijdens de middelbare al genoeg van. Je kijkt naar Discovery en National Geographic, ’s avonds laat, als je nog niet naar bed wilt. Misschien is studeren niet anders dan het luisteren en kijken naar kennis van anderen. Waardoor die kennis dan van jou wordt. Die dingen denk je soms. ’s Ochtends stap je weer in je bus en rijdt je rondes. Je moet je niet te veel in je hoofd halen. Je bent Harry Potter niet. Lees meer…

Weer in de war

26 april 2018

Het weer is in de war. Dat zegt je krant. De weervrouw op televisie zegt het ook, net als de mensen op straat. Het weer was altijd al een favoriet gespreksonderwerp. Waar mensen zijn, wordt gepraat over het weer. Vroeger bij de kapper, nu in de rij van de supermarkt. Het weer is een veilig onderwerp. Het staat buiten jezelf, niemand gaat erover, en niemand kan er iets aan veranderen. Het weer maakt mensen gelijk. En nu is daar dus een extra dimensie bijgekomen. Het weer dat in de war is. Jou kan het niks schelen. Als het regent ben je binnen, als de zon schijnt zit je buiten. Dingen waar je geen invloed op hebt kun je beter laten rusten. Je bent oud, je hebt al zoveel weer gezien. En al zoveel mensen. Het zal jouw tijd wel duren. Laat het weer maar in de war zijn, zolang jijzelf helder blijft is er niets verloren. Lees meer…

Scheef

18 april 2018

Het was op de verjaardag van je zwager. Een kamer vol mensen met kakkineus gepraat en je hebt toch al zo de pest aan verjaardagen. Gelukkig rook je. In de achtertuin stond je naast je andere zwager en die begon er over. ‘Je bent bouwvakker of je bent het niet, en jij bent het wel, toch?’ Het was die ‘toch’. Je voelde hoe de hitte bezit van je nam. Je zwagers zijn ambtenaren. Dag in dag uit achter een bureau, in een duur pak. Alsof zij weten hoe het is om buiten te werken, orders op te volgen, te sjouwen tot je rug aanvoelt als een overreden stuk vlees. Ze maken de grap op iedere verjaardag. Ja klopt, de Martinitoren staat scheef. Jaar in jaar uit staat-ie scheef. En nee, het is niet aan jou om daar iets aan te doen. Ook al ben je bouwvakker. Toch? Je voelde hoe de hitte de besturing van je hersenen overnam. Op de school van je kinderen is een pestprotocol. En jij, grote vent die je bent, laat eeuw in eeuw uit zonder verzet de rotgrappen van je zwagers over je heen komen. Je liet je sjekkie op de grond vallen en trapte het slappe witte ding met de neus van je schoen in de border. Je zwager haalde adem om er iets van te gaan zeggen. In plaats van hem een hoek te geven, draaide je een nieuw sjekkie en zei: ‘Je mag wel eens wat aan die tuin laten doen.’ Lees meer…

Het leven een belofte

9 april 2018

En ineens speelt het leven zich weer buiten af. Hij heeft de winkel geopend en is in de zon gaan zitten, in afwachting van de rest van de dag. Gisteren at hij, bord op schoot, in de laatste streep avondlicht. In de vriendenappgroep worden al plannen gemaakt voor het weekend, iets met een bootje en veel bier. Vanaf nu tilt het leven hem weer op, sleurt hem bij momenten mee. De winter laat zich snel vergeten, de komende donkere periode is oneindig ver weg. De zon is warm, het leven een belofte.                 Lees meer…

Verder

4 april 2018

Je bewegingen zijn mechanisch, je bent nog maar net wakker en haast je door het ochtendverkeer. In je rugzak zit je lunch, naast de krant die je pas in de middagpauze leest. Op school wordt er op je gewacht. De kinderen zijn drukker nu de lente is begonnen. Hun witte smoeltjes krijgen langzaamaan weer kleur, hun stemmen weerkaatsen harder op de tegels van het speelplein. De donkere periode ligt weer achter ons, dat zei de directeur op de dag dat de lente begon, maar jij weet dat donkere periodes zich niets van de kalender aantrekken. Niemand ziet het aan je, daar zorg je wel voor. Het wakker worden is het ergst. Vanuit je slaap het gemis over je neer voelen dalen. Daarna komen de bewegingen. Een snelle douche, een halve boterham, en dan fietsen. Soms wil je omkijken, maar het leven ligt niet achter je. Het licht springt straks op groen, dan kun je verder. Lees meer…

Hakken

28 maart 2018

Haar nieuwe hakken zijn te hoog, ze zal blaren krijgen. Als ze straks de treden bij de ingang van ’t Feithhuis neemt, moet ze oppassen voor de gladde ondergrond. Leisteen, of zoiets. Bij het minste druppeltje regen spekglad. Ze huivert. Ooit zag ze een zangeres vallen, in het Concertgebouw. Was het Mathilde Santing? Ja, zij was het geweest. Ze stond bovenaan de podiumtrap, liet haar blik over het orkest gaan en keek de zaal in terwijl ze over de met rood velours beklede treden naar beneden schreed en struikelde. Er was een golf van ontzetting door de zaal gegaan. Zelf was ze ook ineengekrompen. Het moment was snel voorbij, de voorstelling begon na een grapje van de artieste. Iets over haar hakken. Over mooi willen zijn tegen wil en dank. Ze had zich ongetwijfeld bezeerd bij het oncharmante neerkomen, maar ze stond op, betrad het podium en zong. Om haar heen had iedereen genoten van de avond maar in de donkerte van de zaal had zij steeds opnieuw de valpartij gezien, en steeds opnieuw de verlammende onmacht gevoeld die hoort bij vallen. Ze mindert vaart, omklemt het handvat van haar tas. Haar nieuwe hakken zijn te hoog. Lees meer…

Verzet

21 maart 2018

Ze heeft de wind in de rug, het fietsen gaat haast vanzelf. Ze reed zojuist langs de hekken van de Van Mesdagkliniek en dacht aan het krantenbericht dat ze vorig jaar las. Over een tbs’er die een boot laste in de ijzerwerkplaats van de kliniek. Eenmaal uitbehandeld zette hij zijn boot op een zelfgemaakte trailer en reed de poort uit, richting de vrijheid. Nu rijdt ze langs het monument. Ook al fietst ze deze route al jaren, de opgeheven handen jagen haar steeds opnieuw angst aan. Het heeft te maken met de aanwezigheid van de kliniek. Het is alsof de klauwende handen haar naar iets duisters willen trekken, iets zwarts dat zich afspeelt in de hoofden van de gevangenen die hier patiënten worden genoemd. Ze weet dat het kunstwerk een eerbetoon is aan de Joodse Groningers die de oorlog niet hebben overleefd. Straks, in mei zal er herdacht worden, met kransen en bloemstukken, met gedichten en muziek. De kliniek verdwijnt dan naar de achtergrond. De rest van het jaar zal zijn zoals nu, op dit moment. Ze zal steeds opnieuw het verzet voelen. Tegen de handen. Tegen de kliniek. Tegen onvrijheid als dagelijkse werkelijkheid van vrouwen. Tegen de angst. Lees meer…

De goede kant op

14 maart 2018

Ze hebben samen bij de vijver gestaan en zich op het ijs gewaagd. De jongen nam een aanloop en gleed een stukje. Hij verloor zijn evenwicht, viel net niet. ‘Haal je handen uit je zakken, als je valt breek je je polsen.’ Hij klonk als zijn eigen vader en onmiddellijk kwam een andere zin in hem op. ‘Doe die deur dicht, we stoken hier niet voor de hele buurt.’ Ze keken naar de schaatsers – jonge ouders met jonge kinderen. Toen ze het koud kregen, keerden ze het ijs de rug toe. Als ze straks thuis zijn, zal hij warme chocolademelk voor de jongen maken. Hij denkt aan hoe hij vroeger de veters van zijn schaatsen probeerde te ontwarren, zijn vingers dik en stuurloos door de vrieskou. ‘Wees een vent, grienen is voor watjes.’ Voor hen klaart de lucht. Volgens de kalender is het bijna voorjaar. Ze gaan de goede kant op, hij en de jongen.   Lees meer…

Geen grip

7 maart 2018

Op weg naar de binnenstad neem je vaker de route door het Noorderplantsoen. Je volgt dan het pad om de vijver. Vandaag ga je rechtdoor, het ijs op. Je grootvader vertelt regelmatig over de winters in het midden van de vorige eeuw, over het IJsselmeer waar het ijs zo dik was dat er auto’s overheen reden. Dit is de eerste keer dat je bedenkt wat een sensatie dat geweest moet zijn. Afgelopen zomer zat je in het gras op de oever van deze vijver, met een biertje in je hand. Je keek naar de gekleurde lampjes in de bomen en luisterde naar de geluiden van Noorderzon. Muziek, pratende mensen. Gelach. Je vrienden waren stil, net als jij. Samen zwijgen is zo fijn. De wieltjes van je skateboard maken geen geluid. Je kijkt naar beneden en beseft dat ze niet rollen. Ze glijden, net als jijzelf. Geen grip krijgen en toch vooruitgaan. Het kan. Lees meer…

Vroeger

28 februari 2018

Vroeger was je slaapkamerraam in de winter bedekt met ijsbloemen. Je bekeek die betoverende schoonheid van dichtbij, je voelde de kou die van het raam afkwam en maakte met je warme adem een gaatje in die pracht. Pas dan zag je de sneeuw die de wereld had veranderd in een smetteloos geheel. Aan de ontbijttafel luisterde je naar de verhalen van je ouders die lachend tegen elkaar opboden over de bittere winters van vroeger. Sneeuw op het voeteneinde van het bed, kapotgevroren ruitjes, een auto met een bevroren carburateur. Je huiverde, voelde meteen daarna de fijne warmte in de keuken. Je keek naar de oranje vlammen achter het mica ruitje van de kolenkachel en dacht aan de glijbaan die je later die dag met je vriendjes zou gaan maken. Je kunt je niet herinneren wanneer je voor het laatst ijsbloemen hebt gezien. Je voelt nog de verdovende koude in de vingertop waarmee je perfect ronde gaatjes in het ijs maakte. Enkel glas, halfsteensmuren. Vroeger. Lees meer…

Eén dag winter

21 februari 2018

Haast, ze heeft haast. Haar laarzen hangen als dronken mannen tegen haar krukje. Ze heeft ze uitgesmeten om ze zo snel mogelijk te kunnen verruilen voor haar noren. Er zijn jaren geweest waarin haar schaatsen in de wintermaanden onaangeroerd onder de kapstok bleven liggen. Jaren waarin ze de weerinformatie volgde met de hongerigheid van een boer die in een droge zomer op regen wacht. In april, soms pas in mei, nam ze de schaatsen op, streelde het leer van de schoen, liet haar vinger over het metaal van de ijzers gaan en borg ze met een gevoel van spijt op. Weg. Naar de donkerte van de zolder. De tweede schaats gaat aan. Straks zal ze even die onzekere eerste slag hebben, om zich daarna over te geven aan de zekerheid van de geslepen schaats op het ijs. Dan stopt het denken. Dan is er alleen nog die wilde vreugde die ze zich herinnert van eerdere keren. Schaatsen. Gewoon alleen maar schaatsen. Lees meer…

Die meisjes

13 februari 2018

Het springen geeft hem een machtig gevoel. Hij heeft al zeker vijf keer het circuit afgelegd. Van de straat aan de terraskant springt hij op de stenen rand, racet over de doorbuigende plank, springt over de afgrond en belandt met een volgende sprong weer op straat. En nu staan die meisjes in de weg. Ze laten met slome bewegingen de plank veren. Het grootste meisje zingt. Ze zien niet dat hij haast heeft, dat hij er langs wil. Hij houdt in, hijgt, voelt het zweet prikken onder zijn armen. Op het terras zitten mensen in groepjes onder oranje oplichtende warmtelampen. Niemand let op hen, hij kan de meisjes aan de kant duwen en zo zijn wilde spel voortzetten. Meisjes zijn zo stom. Maar als je ruw doet, kunnen ze hard gillen, dat weet hij van het schoolplein. Hij haalt diep adem. Misschien heeft hij genoeg gerend, zo belangrijk is dat suffe circuit nou ook weer niet. Hij steekt zijn handen in de zakken van zijn broek, draait zich om en sjokt weg. Lees meer…

Grote Markt

7 februari 2018

Het plein is groter dan ooit. Een koude wind snijdt in de hand waarmee hij zijn stok vasthoudt. Ik geef je gezellig een arm, zei zijn dochter. Ze weten allebei dat ze hem ondersteunt. Wanneer is hij oud geworden? Hij kan het zich niet herinneren. Ze zijn onderweg naar Huis de Beurs. Koffie met appelgebak en voor hem schenkt de student die voor ober speelt straks een jonge in. Daarvoor neemt hij het glaasje en de fles mee naar hun tafeltje, zoals het hoort. Hij kijkt uit naar de warmte, het geroezemoes. Aan zijn arm vertelt zijn dochter. Over haar gezin, haar man, de hond. Hij luistert wel maar hij luistert niet echt. Achter zijn ogen speelt zich de film af waarin zij een klein meisje is en hij een sterke vent. Hij gooit haar in de lucht en vangt haar op. Ze schatert het uit. Hij is het kwijtgeraakt. Ergens in de tijd is het verloren gegaan. Ze zijn bijna aan de overkant. Dan nog de Vismarkt, dan het klingeltje van de deur, dan zitten. Kijken naar de levens van anderen. Aan de terugweg denkt hij nog niet. Die komt vanzelf. Lees meer…

Ondertussen, in ’s Hertogenbosch

31 januari 2018

Ze hebben geshopt. Hij draagt haar tas, zo is hij. Ze bleef langer rondkijken dan hem lief is. Hij rekende voor haar af en nu, op weg naar huis, bepaalt hij het tempo. Hij houdt van opschieten. Straks zal hij aanschuiven aan de grote keukentafel en de weekendkranten voor zich neerleggen. Die leest hij methodisch. Eerst de economie pagina’s, dan de sport. Het gewone nieuws slaat hij over, dat heeft hem al via internet bereikt. Zij maakt zijn espresso’s, zoals hij ze graag heeft, met een glaasje water erbij. De serveerster achter het raam lijkt weggelopen uit een Engels kostuumdrama. Ze kunnen vanavond uit eten gaan. Ze kunnen het ook niet doen, dan heeft hij tijd om te gaan hardlopen. Dingen willen en ze met groot gemak weer loslaten, daar houdt hij van. Hij voert de snelheid nog wat op. ‘Niet zo snel’, zegt ze. Hij reageert niet.   Lees meer…

Fietsen

24 januari 2018

Stuk voor stuk ooit nieuw gekocht. Voor echt geld, want Nederlandse fietsen zijn degelijke fietsen. Uit de showroom geplukt door een verantwoordelijke ouder en plechtig overhandigd aan een van trots glimmende jonge eigenaar. Na verloop van tijd gaat het nieuwe er vanaf. Dat is met alles zo. De fiets wisselt van eigenaar, door diefstal of gewoon via Marktplaats. De neerwaartse beweging zet in. De levensloop van een fiets is even onontkoombaar als droevig. Als fiets eindig je hoe dan ook als kroegfiets. Met zwabberende wielen, een missende kettingkast en een haperende rem. ’s Nachts word je door een willekeurige kroegloper meegenomen en overdag ben je onderdeel van een treurige verzameling lotgenoten. Weggesmeten, neergekwakt. En het begon zo mooi. Lees meer…

Groningen

17 januari 2018

Vandaag ineens weer sneeuw. Fietsen gaat moeilijk, het is de kunst om niet bang te zijn, om niet te voorzichtig te fietsen, want juist dan ga je onderuit. De stilte maakt haar rustig. De verte reikt verder dan ooit nu de weilanden en akkers zijn bedekt met een egale laag sneeuw. Groningen is haar geboortegrond, ze zou nergens anders willen wonen. Kunnen wonen. Ze weten het niet, in Den Haag, hoe mooi het hier is. En dat er mensen wonen, echte mensen, met echte levens, weten ze ook niet. Ze zien hen als een papieren probleem, een hoofdpijndossier, maar ze begrijpen niet de dagelijks terugkerende werkelijkheid van de Groningers. Eerst waren alleen de mensen in de verderop gelegen dorpen bang. Nu is die angst ook in haar hart geslopen. Angst voor de aarde die zich steeds vaker roert, op steeds meer plekken, en angst voor de instanties die niet doen waar ze voor zijn. De overheid hoort haar burgers te beschermen, dat heeft ze op de lagere school al geleerd. Die zorgeloze periode uit haar leven voelt onbereikbaar ver weg.  Ze richt haar aandacht op de bevroren weg. Het is de kunst om niet bang te zijn. Om niet te voorzichtig te leven. Want juist dan ga je onderuit. Lees meer…

Oostenwind

10 januari 2018

Ze weet dat de paraplu niets voor haar doet, toch houdt ze hem vast. Ze is eraan begonnen, nu maakt ze het af ook. Ze voelt de ijzige kou in haar benen klauwen. Ook de maillot biedt te weinig bescherming. De paraplu loslaten zou hetzelfde zijn als op straat haar maillot uittrekken. Sommige dingen doe je niet. Een goed idee om haar lage schoenen aan te trekken, en ook haar jas, sjaal en muts voldoen. Het is wat ze zegt wanneer mensen vragen hoe het gaat: ‘Veel gaat goed!’ Het vriest maar een beetje, toch voelt de wind aan alsof-ie recht van de Noordpool komt. Wat ook zo is waarschijnlijk. Als ze straks de hoek omgaat zal ze in de luwte lopen. Haar gezicht trekt strak door de kou, haar handen doen pijn. Ze voelt dat de paraplu op het punt van omklappen staat. Oostenwind, het zou verboden moeten worden.   Lees meer…

De zondagen

3 januari 2018

Ze heeft ontbeten aan het kleine tafeltje in de keuken. Een boterham met een gekookt ei. Ze was langer bezig met dekken en afruimen dan met het ontbijt zelf. Daarna heeft ze in de woonkamer zitten luisteren naar het suizende geluid van de verwarmingsbuizen. Tot Bobbie aan haar voeten kwam zitten. Ze houdt hem aan de lijn, buiten. Er is weinig verkeer, maar je zult net zien. Straks zal hij zich oprollen in zijn mand en een paar uur slapen. Ze heeft de zaterdagkrant gisteren niet helemaal gelezen. Nu heeft ze nog een stuk over. Rond elven zal ze koffie drinken, kort erna is het tijd voor een middagboterham. De tijd die ze moet overbruggen naar het avondeten is het lastigste stuk. Eenmaal daar aangekomen wordt het makkelijker. Ze zal naar het journaal kijken en rond negenen gaat ze naar bed. Dan heeft ze gewonnen van de dag. Maar zover is het nog niet. Ze rilt in haar jas. Bobbie trekt aan de lijn. De zondagen zijn het ergst. Lees meer…

Bijna Kerst

20 december 2017

Ze noemen het de donkere dagen, maar ze kunnen het beter de natte dagen voor Kerst noemen. Hoe lang is het geleden dat hij in zijn regenpak naar buiten ging? De meeste boodschappen zijn binnen, hij haalt nog wat verswaren. Hoeft hij er tot en met Kerst niet meer uit. Een week geleden werd er gesproken over een witte Kerst, toen lag er sneeuw. Maar dat duurde niet lang. Die weermannen van tegenwoordig roepen maar wat. En het weer zelf is ook onbetrouwbaar geworden. Het is niet koud genoeg voor december. Ze zeggen dat dat door de opwarming van de aarde komt. Maar ze zeggen wel meer. Nog even langs de visboer. Eet hij straks thuis een lekker warm visje, zo uit het papier. Net als vroeger, toen winters nog winters waren. Lees meer…

Sneeuw

13 december 2017

Hij weet dat Eskimo’s dertig verschillende woorden hebben voor sneeuw. Sneeuw op de grond, sneeuw in de lucht, opwaaiende sneeuw. Meer kan hij er niet bedenken. De wereld is klein geworden, de vallende sneeuw verblindt hem. Het fietsen geeft een prettig gevoel van eenzaamheid. Vallende sneeuw, natte sneeuw, motsneeuw. Het is bijna Kerst, meestal sneeuwt het pas in januari. Vroege sneeuw, late sneeuw. Als het blijft sneeuwen kan hij vanmiddag een sneeuwpop maken met zijn zoon. Als de sneeuw vast genoeg is. Zachte sneeuw, poedersneeuw, paksneeuw. Het duurt nooit lang, de sneeuw is meestal weg voordat je het weet. Smeltende sneeuw, opvriezende sneeuw, sneeuwkorsten. Nu sneeuwt het harder. Hij ziet alleen witte ijskristallen, ze dansen voor zijn ogen. Sneeuwgordijn, poolsneeuw, insneeuwen. Het is net of er geen tijd meer bestaat. Er is alleen nog sneeuw. Sneeuwsneeuw. Lees meer…

Schoon

6 december 2017

Hij heeft geleerd om niet stil te staan bij de huizen die hij nog moet. Het werk gaat beter wanneer hij zijn volle aandacht richt op het raam waar hij mee bezig is. Sponzen, en dan de trekker erover. Raam voor raam, huis voor huis. Nu hij niet meer telt wat er aan werk voor hem ligt, kan hij beter nadenken. Hij weet wel wat ze zeggen over zijn beroep. Hij hoort de grappen ieder verjaardagsfeest met een flauwe glimlach aan. Of hij nog iets interessants gezien heeft, of hij de afgelopen tijd nog ergens naar binnen is geroepen. Hij is gestopt met erop te reageren. De meeste mensen zijn niet thuis als hij de ramen wast. Het heeft geen zin om dat te zeggen. Zijn maten genieten ervan om schreeuwerig hun fantasieën te benoemen. In deze straat, op de verdieping boven de bakkerij, zal straks een kind naar hem zwaaien, een jongetje. Vaste prik. Het kind houdt een beer tegen zijn borst geklemd en volgt met zijn ogen de bewegingen van de spons over het raam. Als hij klaar is met de trekker steekt hij zijn hand op. En dan zwaait het kind terug. Hij vindt dat mooi. Zoiets kan hij niet aan zijn maten vertellen, ze zouden hem uitlachen. Hij brengt zijn gedachten terug naar het raam waar hij nu bijna mee klaar is. Veegt met de doek de trekker schoon. Straks, na het zwaaien, zal hij zichzelf een broodje van de bakker gunnen. Lees meer…

We zijn hier in Berlijn

29 november 2017

Ook deze ochtend kiest ze met zorg haar kleding. Ze brengt haar make-up aan en stylt haar haren. Voor de grote spiegel in de hal zet ze de hoed op haar hoofd. Niet teveel voorhoofd, het losse haar symmetrisch langs het gezicht. Der liebe Gott steckt im Detail. Bij het aantrekken van haar mantel plooit ze de manchetten van haar witte blouse tien centimeter buiten de mouw. We zijn hier in Berlijn, je gaat niet zomaar de straat op. Ze pakt het handvat van haar rolkoffer vast, sluit de deur achter zich, geniet van het geluid van haar hakken op het trottoir. Ze is nu in de buitenwereld, ze zal worden gezien. Aangekomen op het station is er die wachttijd. De fotograaf die haar vastlegt, blijft onopgemerkt. Lees meer…

Reizen

22 november 2017

Ze doet het iedere werkdag. Eerst van huis naar de trein en eenmaal aangekomen op haar bestemming met de fiets naar het werk. Voortmaken, opschieten, zich haasten. Alleen in de trein is tijd. Daar reizen haar gedachten in alle richtingen. Het is fijn om die gedachten te kunnen volgen, zoals het fijn is om uit het raam te kijken en in de weerspiegeling mensen in de coupé te bespieden. Wie zijn ze, waar gaan zij heen, waar komen zij vandaan. Wat gaan ze doen. En met wie? Toeschouwer zijn, even niet hoeven handelen. Nu is haar alertheid terug, ze heeft het stuur in handen en richt haar blik op het verkeer. De overvliegende vogels ziet ze niet. Evenmin als het kunstwerk dat verwikkeld lijkt in een vruchteloze poging om met de vlucht mee te reizen. Ze kiest richting. Als ze flink doorfietst, haalt ze het. Lees meer…

Vertel

15 november 2017

Het is niet dat ze haast hebben, ze zijn het zo gewend. De pas erin, niet dralen. De architectuur van hun stad maakt geen indruk. Rotterdam is er voor hen, niet andersom. Er valt veel te vertellen. Over vriendinnen van vroeger, met wie ze op het schoolplein samendromden. Sommigen van hen zijn al weg. Het gaat steeds sneller, het leven. Over hun mannen, wat die nu weer hebben gedaan. Of juist niet hebben gedaan. Hoe onverbeterlijk ze zijn, mannen. Dat is nu eenmaal zo. Verder verandert alles. Jonge mensen zijn mysteries voor hen, met hun telefoons, hun straattaal, hun onbegrijpelijke kleding. Met hun manier van kijken. Oud, zeggen hun jonge ogen. Oud en onbelangrijk. Er valt veel te vertellen. Jonge mensen weten dat niet. En hun eigen mannen begrijpen het niet. Die zwijgen luidruchtig als zij willen vertellen. Nee, het is niet dat ze haast hebben. Het is dat ze hopen dat er genoeg tijd is. Genoeg tijd om alles nog een keer te vertellen. Aan elkaar. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie Rotterdam

Gezien worden

7 november 2017

Passanten. Levens die elkaar net niet raken. Een kluwen figuranten, onopgemerkt door elkaar, samengebracht door het oog van de fotograaf. Om de ander niet in beeld te hebben, hoef je niet per se voorbijgangers te zijn. Ook in relaties komt het voor dat mensen elkaar niet zien. Niet echt. Al leef je samen, je gaat aan elkaar voorbij. Andersom gebeurt ook. Je raakt bij een bushalte in gesprek met een onbekende. Kort, want jouw bus komt aanrijden en daarmee is het moment voorbij. Toch heb je het gevoel dat alles wat er toe doet, is gezegd. Misschien is dat het grootste verlangen van de mens. Meer zijn dan een figurant. Geraakt worden door een ander leven. Gezien worden. Lees meer…

Tot morgen!

1 november 2017

Napraten. De schoolpoort uitlopen, je fiets terugzoeken in een overvolle stalling, met het uitbundige geroep, gegil en geschreeuw van je klasgenoten in je oren. De schooldag zit erop, je bent weer vrij. Je fietst een eindje op met je vriendin en op de plek waar jullie wegen uiteen gaan, stap je af en blijf je staan. Dicht bij elkaar, hangend op en aan je fiets. Napraten. Over de dag, over wat je beleefde, over wat je had willen beleven en wat niet gebeurde. En je voelt dat je het moment zo lang mogelijk rekt. Omdat het fijn is om je, in het tijdgat tussen school en thuis, te laten wiegen door dat fijne gevoel van intimiteit, je te koesteren in het gevoel van verbondenheid dat bij napraten hoort. Op een dag ben je volwassen en sta je met een vriendin te kletsen, op straat. Het is na je werk, of na je sport, of na het ophalen van je kind. Je ervaart de glans van de herinnering. Je rekt het moment. Straks is het voorbij, dan zul je weg fietsen en over je schouder nog iets naar je vriendin roepen. Je gaat naar huis en de plek onder de lantaarn zal leeg zijn. ‘Tot morgen!’ ‘Ja! Tot morgen!’   Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Bondgenoten

25 oktober 2017

Geboren worden, jong zijn, opgroeien. Leven. Volwassen taken het hoofd bieden, iemand zijn, bestaan binnen de context van je gezin, je collega’s, vrienden, verenigingen. Als vanzelf je rol vervullen. Je viert successen, je lijdt verliezen en altijd zijn er vrienden, familieleden, collega’s om je emoties mee te delen. Om je verhalen, naarmate je ze vaker hebt verteld, smeuïger te maken, indringende gebeurtenissen aan te dikken of af te zwakken. En dan ineens, bijna ongemerkt, ben je oud. Oud. Je ziet het in de ogen van anderen. Ineens wordt er over je hoofd heen gepraat, je mening telt niet meer, je bent een voorwerp geworden waar men – in het beste geval – voorzichtig mee omgaat. Maar je hoofd en hart zitten vol verhalen, ervaringen, geschiedenissen, markante gebeurtenissen. Kennis. Wijsheid. En de mensen uit jouw tijd, met wie je deze geschiedenis deelt, verdwijnen een voor een. Een nieuw soort eenzaamheid doet zijn intrede. Een oude vriend die je nog rest, neemt je zo nu en dan mee naar buiten. Zonder te spreken, kijken jullie over het gladgestreken water, als stille bondgenoten. In dit zwijgen ligt een schat verborgen, heel even voel je weer de werkelijkheid van je lange bestaan. Je hebt geleefd, het is niet onopgemerkt gebleven. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

In het oog van de storm

18 oktober 2017

Een gelaagd beeld, waarin meerdere werkelijkheden de aandacht opeisen. De jonge vrouw in het midden van de foto wint met glans – zij springt uit het beeld. En dat terwijl zij geen enkele moeite doet om op te vallen of gezien te worden. Ze is geconcentreerd bezig met haar werk, en juist die naar binnen gekeerde aandacht maakt haar verschijning zo opvallend. Haar houding is soeverein, haar handelingen zijn beheerst. Om haar heen heerst een chaos, die haar opvalt noch aantast. De stille eenvoud die ze uitstraalt heeft een krachtige werking. In het hectische bestaan van alledag, waarin de meeste mensen luidkeels hun aandacht op anderen richten, lijkt zij de weg te wijzen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. En ook: in het oog van de storm is het goed toeven.   Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Feest

11 oktober 2017

Zij komen aan voordat de gasten arriveren en verkennen de ruimte. Ze bespreken met zachte stemmen waar zij met hun instrumenten plaats zullen nemen. De ruimte vult zich met beweging, met kleur, met stemmen. Met warmte. Er wordt omhelsd, gekust, er worden felicitaties en woorden van waardering uitgesproken naar de gastheer en gastvrouw, bloemen en wijn wisselen van hand. Zij kijken toe. Hun vingers volgen de vertrouwde vormen van hun muziekinstrument. De aanwezigen lopen rond en praten met elkaar, nieuwe gasten druppelen binnen, het ritueel van omhelzen herhaalt zich. De in het gelid opgestelde glazen glimmen, ze worden gevuld en er wordt geklonken. Op het verleden, op deze avond, op de toekomst. Iemand speecht. Luid gelach golft door de ruimte, gevolgd door een gretig applaus. Zij strekken met een nauwelijks zichtbare beweging hun rug, hun ogen lezen elkaar. Ze zetten in, spelen. Hier hebben ze op gewacht. Spelen, ze willen spelen. Applaus, oprechte waardering. Dan zet het feest zich voort. Ongezien verlaten ze de ruimte. Snuiven de weldadige buitenlucht op. Er was een feest, en nu is het voorbij.   Lees meer…

Schaduwmens

4 oktober 2017

Zondagochtend in Zutphen. Een man in werktenue duwt een steekkar. Aan de wijze waarop hij de steekkar hanteert, zijn wijsvingers losjes om de handvatten, valt af te lezen dat hij geen groot gewicht torst. Zijn verschijning roept de vraag op wat je op zondagochtend in Zutphen in hemelsnaam met een steekkar moet. Voordat de gedachten over die vraag de vrije loop kunnen nemen, valt het oog op de tweede figuur. Vermomd als spiegelbeeld, vertoont deze zich in het onscherpe deel van de foto. Een schaduwmens. Onopgemerkt door de man, zichtbaar in de lens van de fotograaf. Er gaat troost uit van deze verschijning. We zijn als mens misschien toch niet zo alleen als we soms denken. Als we het maar konden zien. Lees meer…

Bovenwereld

27 september 2017

Een fietser en een visser. In een weids decor van lucht en water kijkt de een naar de verrichtingen van de ander. Om hen heen heerst de stilte van een septemberavond. Misschien heeft de visser omgekeken toen de fietser aan kwam rijden, misschien heeft hij hem gegroet. Nu tuurt hij weer naar zijn dobber. De schemering zet in, kleuren gaan over in grijstinten. Onder water zwemmen vissen, schoksgewijs, sommigen in de richting van het aas. Zij weten van geen bovenwereld. Straks zal de visser zijn vangst meenemen en het water de rug toekeren. De fietser is dan al vertrokken. Toekijken is ook maar toekijken. De boom, nu nog weerspiegeld, verliest langzaam zijn evenbeeld. Wat volgt is de duisternis. Wat blijft is de stilte. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Mise en scène

20 september 2017

Een straat in Groningen. Aan het water. Waar de zomer inmiddels verwordt tot een herinnering, is dit de beloftevolle periode van juni. De zomer gaat nog beginnen – alles gaat nog beginnen. Daarom zijn ze buiten, deze jonge mensen. Om het mee te maken, om niets te missen. De foto heeft een wonderlijke symmetrie en daarmee het karakter van een geënsceneerd beeld. Twee kletsende jongens, een kussend paar en daarachter die wandelende jongen, die zonder het te weten iets van de symmetrie verstoort en daarmee het principe van de gulden snede aanbrengt. Een spontane mise en scène, een per ongeluk kloppend beeld. Het hoefde alleen maar gezien te worden. En vastgelegd. Lees meer…

Stropiewafel

13 september 2017

Rodermarkt. Tijd voor de jaarlijkse stroopwafel. De moeder en haar kinderen wachten de zoete pracht af, de steriel geklede stroopwafelman verzorgt hun bestelling. Op het bankje geniet een ouder echtpaar van de jaarlijkse traktatie. Het decor van de stroopwafelkraam brengt ons terug naar de jaren ’50. De tijd lijkt minder snel te gaan. De dag biedt ruimte om te zitten en te kijken naar wat andere mensen doen. Dan valt de moderne kleding van de moeder en haar kinderen op, en we zien de eigentijdse neus van de bestelbus achter de kraam. Het zijn details die het huidige tijdsbeeld verraden. We worden voor de gek gehouden. Soms is dat best fijn. De jaarlijkse stroopwafel markeert daarmee een belangrijk moment. Even terug in de tijd. Even niets hoeven. Gewoon genieten. Lees meer…

Vroeger

6 september 2017

Hand in hand terug naar huis. Ze hebben gevoetbald. Ondanks de hete zomerzon liet grootmoeder zich niet onbetuigd. Tot ze zei dat het genoeg was. Thuis gaan ze vast iets drinken. En dan wat televisie kijken. Nu lopen ze nog hier. Ze nam zijn hand vast vanwege het oversteken. Maar hoe goed hij ook kijkt, er is nergens een auto te zien. Grootmoeder praat tegen hem. Dat doet ze vaak, praten. Hij hoeft alleen maar te luisteren. Ze vertelt over vroeger. Grootmoeder heeft heel veel vroeger. Hij kijkt nog eens de weg af. Op een dag zal hij daar zelf rijden, met zijn splinternieuwe auto. Dan haalt hij grootmoeder op voor een ritje. En dan praten ze samen. Dan heeft hij ook een vroeger. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Vandaag gaat door

30 augustus 2017

Een alledaagse dag in Frankrijk. De slager heeft op zijn buitenbord geschreven dat het vandaag vandaag is. Aujourd’hui. Met de aanbiedingen van deze dag eronder. Hij doet goede zaken, zijn winkel staat vol wachtende klanten. De rij loopt zelfs door naar buiten. Daar passeert een jonge vrouw. In haar mandje de verswaren die ze zojuist aanschafte, in het tasje vermoedelijk iets lekkers van de patisserie om de hoek. Net als de mensen in de rij straalt ook zij rust uit. Achter haar diezelfde kalmte, bij het groepje mensen dat staat te kletsen op een terras. Te midden van dit vredige tafereel staat een man de krant te lezen. Niks tablet of smartphone. Gewoon, de papieren krant. Hij neemt berichten tot zich over de chaos in de wereld. Over geweldadigheden die ‘van alle kanten komen’, over moordende onverschilligheid, over griezelige grootheidswaan. Als straks zijn vrouw klaar is bij de slager zal hij de krant dichtvouwen en onder zijn arm steken. Het leven gaat door. Ook vandaag. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Onderweg

23 augustus 2017

Op de rug gezien is de mens wezenlijk weerloos. Je wordt in beeld gebracht, en je weet het niet. Je lichaamstaal wordt vastgelegd, evenals je kleding en de plek waar je je bevindt, en je merkt het niet. De man in de foto loopt voorovergebogen. Zijn linkerhand houdt hij achter zijn rug, alsof hij er zeker van wil zijn dat hij de dame naast zich niet zal aanraken. Zij buigt zich juist naar hem toe, opdat hij haar verstaat. Tussen hen in die stok, die haar zekerheid moet verschaffen bij het lopen. Hij houdt met zijn rechterhand de brugleuning vast. Beiden hebben de leeftijd waarop men zich op levenloze dingen verlaat om vooruit te komen. Wat opvalt is hun stijl. Ondanks de zichtbare gebreken voert hun distinctie de boventoon. Zij zijn al heel lang onderweg. En klaar voor wat nog gaat komen. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Zomer in Stad

15 augustus 2017

Stad is de lokale gebruiksnaam voor de hoofdstad van de provincie Groningen. Bevolkt door een mengelmoes van oud, jong, werkend, studerend, hip en belegen heeft Stad een grote aantrekkingskracht op kijkerspubliek. Op het bankje voorin de foto zit een ouder stel. Ze laten het gedoe van Stad wat over zich heenkomen. De blik van de vrouw boort zich – door de donkere glazen van haar zonnebril heen – in de lens van de camera. De man kijkt, al dan niet toevallig, naar de halfontklede mensen op het stadsstrand en het terras van DOT. Dit etablissement noemt zichzelf dé nieuwe, multifunctionele, creatieve omgeving in het Ebbingekwartier. In Stad dus. De lichaamstaal van de vrouw is resoluut. Met haar armen kloek over elkaar geslagen en haar benen recht vooruit gestoken, oogt ze als iemand die net een fikse wandeling heeft gemaakt en nu vindt dat ze recht heeft op een uitrustsessie van jewelste . De man wacht op haar. Hij zit goed. Zomer in Stad. Kijken en bekeken worden. Al dan niet met zonnebril. Lees meer…

Niemandsland

8 augustus 2017

Een grauw restant van de Berlijnse muur. Niet volgestroomd met de grote groepen toeristen die deze ooit zo verdeelde stad bezoeken. Zij houden zich op bij het Holocaustmonument of het Documentatiecentrum van de Berlijnse Muur. In dit met trieste leegte gevulde niemandsland bevinden zich twee mensen. Op de plek waar ooit werd gehuild, gehunkerd, gevlucht en gemoord, staan nu een man en een vrouw uit een Aziatisch land, verdwaald in hun mobiel. Hij maakt een foto van haar, zij merkt het niet. Zijn ze op de hoogte van de gruwelijke geschiedenis van deze vierkante meters? Doorgronden zij decennia na dato de betekenis ervan? Als ze thuiskomen van hun reis laten ze hun foto’s zien. Benieuwd wat zij over dit moment zullen zeggen tegen hun familie en vrienden. Iets met een muur. Iets met een verdeelde stad. Niet veel meer dan andere jonge mensen er over kunnen zeggen. Iets wat geweest is, iets van vroeger. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Een zee van steen

2 augustus 2017

Boudewijn de Groot zingt erover. Over het aangaan van de strijd met de elementen en tegelijkertijd met de gedachten in je hoofd. ‘Hoe sterk is de eenzame fietser die, krom gebogen over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een weg baant.’ Deze fietser lijkt uit zee te komen. Het voorwiel raakt de kustlijn al, nog even en de vrouw kan afstappen op het strand. Dan heeft ze het gehaald. Ze ziet eruit als iemand die weet wat ze doet. Haar binnenwereld blijft onzichtbaar voor het oog van de camera. De eindeloze zee van steen achter haar ligt er onbewogen bij. De natuur houdt zich niet bezig met de zieleroerselen van de mens. Een zee is een zee, een strand een strand. Daarbinnen is het voor de eenzame fietser de kunst om een mens te zijn.   Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

De toekomst

26 juli 2017

Een jonge vrouw loopt met vastberaden tred door de eeuwenoude entourage van een zuidelijke stad. Nijmegen, gelegen op de zuidelijke oever van de Waal, heeft een geschiedenis die meer dan 2000 jaar teruggaat. De klinkerstraat van het Sint Stevenskerkhof golft, het zonlicht onthult een door de elementen aangetaste muur. De kleding van het meisje, de dozen in haar hand én de fietsen in de verte horen bij het heden. De straat spreekt de taal van het verleden. Welke voetstappen, welke stemmen zijn hier in al die jaren door de gevels weerkaatst? Welke levens zijn hier geleid? Welke triomfen, welke nederlagen hebben zich afgespeeld? De jonge vrouw loopt door. Het leven strekt zich voor haar uit. De toekomst beweegt zich zonder aarzeling door lang vervlogen tijden. Lees meer…

Eendracht

19 juli 2017

Een foto zonder duidelijk onderwerp. Een vrouw fietst het beeld uit, haar opwaaiende rok ontbloot haar benen. De straat achter haar gaat gehuld in rommelige schaduwen. Een toevallig vastgelegd moment, een beeld van alledaagse stadse niksigheid. Totdat aan de rechterkant twee meisjes verschijnen. Gehaast, hand in hand, gekleed in identieke jurkjes. Tegen het decor van een verlopen winkelpui lijken ze te figureren in een film. Iets van Stephen King. Of Quentin Tarantino. Hun bestaan lijkt in de foto gemonteerd, het is alsof ze uit een andere werkelijkheid komen. Hun schattigheid voelt als een voorbode van onheilspellende gebeurtenissen. De naam van de winkel, hoewel bewust verbasterd, versterkt dit idee. Het straatnaambord boven de meisjes keert net op tijd het beeld. Eendrachtsweg. We zijn weer gewoon in Rotterdam. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Op tijd

12 juli 2017

Rotterdam Centraal. Vijf mensen wachten op een trein. Nietig, uit verhouding met de grootstedelijke architectuur die hen omringt. Hun lichaamstaal is vrijwel identiek, toch ogen ze niet als een groep. Vijf individuen, op weg naar een volgende halte in hun leven. Ze zijn even stilgezet door de tijd, bevinden zich in het vacuüm van een kortdurend niets. Het verstrijken van de tijd is een absoluut gegeven, tegelijkertijd is het een zeer particuliere beleving. Sommigen zijn in gedachten al op hun plaats van bestemming aangekomen, anderen zijn met hun hoofd nog bij het vertrek van zo-even. Maar weinig mensen vertoeven in het heden. Het vraagt oefening om wachten te kunnen ervaren als een prettig rustmoment, een tijdspanne om in te leunen. De dame op het bankje met de handtas op haar schoot straalt de meeste rust uit. Haar houding heeft iets sacraals, haar wachten lijkt op bidden. De persoon naast haar, ongetwijfeld haar man, lijkt zich door zijn open houding met haar wachten te verenigen. Voor deze twee mensen komt de trein hoe dan ook op tijd. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

De optimist

5 juli 2017

Er zijn situaties waar het woord hopeloos voor uitgevonden lijkt. In de winkel heeft hij gezegd dat het heus zal passen, de begeerlijke inhoud van de doos is hem naar het hoofd gestegen. Zij tilt met één hand mee, een beetje voor de vorm. Straks geeft zij als eerste de moed op. De vraag is of ze ruzie zullen krijgen. Zij zou hem zijn optimisme voor de voeten kunnen werpen door hem naïef te noemen, waarmee ze hem de mogelijkheid ontneemt om ook op te geven. Zwijgend, met samengeknepen lippen, zal hij de doos openscheuren en de inhoud in het autootje stouwen. Wat natuurlijk ook niet past. Zij beseft dat hij niet de alleskunner is waarvoor ze hem altijd heeft gehouden. Er ontstaan barstjes, minieme scheurtjes in het beeld dat zij van hem heeft. De meest onwaarschijnlijke momenten kunnen het begin van het einde inluiden. Het kan ook heel anders lopen. Zij krijgt de slappe lach en die slaat op hem over. Ze laden snikkend de dozen weer op de kar en lopen eensgezind naar de afdeling expeditie. Er is niets verloren gegaan, het leven herneemt zijn loop. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Mobiel

28 juni 2017

Bereikbaar zijn, waar je ook bent, op elk moment van de dag. Op deze bleke ochtend stuur je in hoog tempo je fiets door de Sint Jansstraat in Groningen, op weg naar school. Je boeken op je rug, de tas met gymkleren in je stuurkrat. Je bent aan het appen. Waarschijnlijk met een vriend. Over hoe laat jullie elkaar straks zien en of dat bij het fietsenhok is of bij de kluisjes en of hij ook dat nieuwe meisje in de parallelklas heeft gezien? Misschien switch je straks naar Facebook om het nieuwe meisje te bevrienden. Ze is mooi, op een speciale manier. Snelheid is geboden, je bent vast niet de enige die haar leuk vindt. Je vingers tikken, het kleine scherm vraagt je volle aandacht. Je voeten weten zelf wel hoe ze moeten fietsen, zo nu en dan kijk je even op om het verkeer te overzien. Je beweegt je met grote snelheid door de stad. Je voelt je goed, je bent een baas, je hebt de hele wereld in je hand. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Met je blote voeten

21 juni 2017

Onderzoek wijst uit dat de menselijke geest uit het grote aanbod visuele informatie dat ons omgeeft, steeds slechts drie beelden ‘tegelijkertijd’ kan verwerken. Achterop de langsrijdende scooter staat Thuisbezorgd.nl (beeld 1). Dat roept de vraag op welke maaltijden de jongen vervoert en ook de vraag wie er met hongerige magen en gedekte tafels op hem wachten. Boven zijn hoofd lezen we het huisnummer 13 (beeld 2). Een ongeluksgetal. Wereldwijd slaan hotels in hun kamertelling de dertiende verdieping over, omdat geen mens daar wil slapen. Wie wil er nou op nummer 13 wonen? Het antwoord op die vraag is snel gegeven. De eigenaresse van Kunstatelier Noes belettert in een oase van rust met een penseel haar Tuc Tuc (beeld 3). Eén detail in dat beeld haalt de wetten van de waarnemingspsychologie compleet overhoop: haar blote voeten (beeld 4). Ze stralen kwetsbaarheid uit, en roepen gevoelens van koestering en bescherming op. Onbedoeld beeldt zij de bekendste dichtregel van Lucebert uit. ‘Alles van waarde is weerloos’. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie - Winschoten

Hoek van inval

14 juni 2017

Twee fietsen, één wandelaar. Alleen de voorste fiets is echt, in materiële zin. Het licht dat door de glazen bibliotheekwand wordt weerkaatst, creëert een beeld van de fiets in een niet-stoffelijke wereld. Van de wandelaar zien we alleen zijn spiegelbeeldige zelf. Hij kan elk moment de foto binnenlopen, maar voorlopig is hij nog – net als de hoofdpersoon in het boek Alice in Wonderland – opgenomen in een gespiegeld bestaan. Welke boeken zitten er in zijn spiegeltas? Welke gedachten gaan er om in zijn spiegelhoofd? En wat speelt zich allemaal af in het gespiegelde bestaan achter hem? Hoek van inval is hoek van uitval, ontdekte de geleerde Snellius. Om in beeld te komen maakt het uit waar je je bevindt als je bestaan wordt opgemerkt en vastgelegd. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Wat geeft het?

7 juni 2017

Onderweg zijn is niet hetzelfde als in beweging zijn. Deze wandelaars in Zutphen staan stil. De lichaamstaal van de man verraadt onzekerheid, terwijl de vrouw zich stevig tegenover hem heeft geposteerd. Wie goed kijkt, ziet tussen hen in een kind staan. Zijn de ouders het oneens over de route? Recht boven hen lijkt de pijl op het verkeersbord hen de weg te willen wijzen. Ze zien het niet. Wachten ze op iemand? Op iets? Of hielden zij halt om het muurgedicht van J.C. Bloem te lezen? En brak toen dat moment aan van het even niet meer weten?

‘Ik heb van ’t leven niets verwacht,
’t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.
Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht
Zingen de onsterfelijke nachtegalen.’ Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

De achterkant van alles

31 mei 2017

We zijn op het dorpsplein van het plaatsje Domme in de Dordogne. Een dame heeft haar kunstwerken uitgestald voor toeristen. Vervolgens heeft ze plaatsgenomen naast haar geïmproviseerde kraam, die op deze zonovergoten ochtend geen overkapping behoeft. Er is voorlopig geen toerist te zien, de vrouw leest, of misschien kijkt ze naar haar handen. Wie aan de voorkant van haar kraam zou staan, zou haar schilderijen zien. De achterkant biedt zicht op een andere wereld. Op de onverzettelijke voet van een lantarenpaal die als wachter en waker lijkt te fungeren. En op dozen waarin de kunstwerken zijn vervoerd – met bovenop de eerste doos een zorgvuldig opgevouwen dekentje. De schilderijen staan in het gelid, zij het met de Franse slag. Zomaar een inkijkje in de achterkant van alles, kregen we dat maar vaker. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

De tussentijd

19 mei 2017

Een moment van rust, een pauze in een hectisch bestaan. Want wordt over het koksberoep niet gezegd dat het hoog in de top drie van meest stressvolle banen staat? De rust wordt buiten het restaurant genoten, misschien is de temperatuur in de keuken daar debet aan. De jongeman die in amazonezit op de scooter heeft plaatsgenomen, houdt een brandende sigaret tussen zijn vingers geklemd. Beide mannen communiceren met mensen die niet in de foto zichtbaar zijn. Straks bergen ze hun telefoons weg en gaan weer naar binnen. Dan vangt het gekletter van pannen en het doorschreeuwen van bestellingen weer aan. Maar op het moment van het maken van de foto bevinden ze zich in de weldaad van de tussentijd. Nog heel even niet hoeven, nog heel even stilte. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Om de hoek

17 mei 2017

Een jongen met grote haast. Hij is op weg naar iets dat om de hoek ligt. De jongen draagt niets met zich mee – geen schooltas, geen koffertje, geen boodschappen. Een hardloper is hij niet, daarvoor heeft hij niet de juiste kleding aan. De lichaamstaal van de jongen verraadt spanning. Zijn hoofd lijkt voor hem uit te reizen, zijn benen gehoorzamen aan de voorwaartse drang die het hoofd hen oplegt. Voor even is hij vergeten dat hij een lichaam heeft. Zijn gedachten sturen hem. Voort, voort, over de Diepenring in Groningen, op weg naar wat om de hoek ligt. Hij beleeft dit moment alleen en weet niet dat zijn haast is vastgelegd in duizenden zwartwit pixels. Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Zwaar weer

10 mei 2017

Urk. Voormalig eiland in de Zuiderzee. Het in vervlogen tijden aanleggen van de dijk noch het droogmalen van de Noordoostpolder heeft het eilandgevoel van de Urkers aangetast. Een kleine gemeenschap, met een eigen dialect, een eigen volkslied en met de  grootste vissersvloot van Nederland. De donkere wolken die zich boven de fietsende man samenpakken, lijken op hem geen indruk te maken. Een Urker is zwaar weer gewend. De man heeft zo te zien de verlokking van het café weerstaan. Hij oogt als een man met een missie, verslaat het vals plat en met de hand van God in de rug zal hij zeker aankomen waar hij is bedoeld te zijn. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie

Durven spelen

3 mei 2017

De leeftijd waarop je huzarenstukjes uithaalt zonder dat de mensen om je heen het opmerken. Je betoont moed, doet dingen waarvan je vooraf niet helemaal zeker weet of ze goed zullen aflopen. Deze jongen heeft de situatie bekeken, een aanloopje genomen en vervolgens is hij gesprongen. Op het moment van het maken van de foto voelt hij het gladde metaal van het paaltje in de kom van zijn handen. Sommigen van ons nemen deze kwaliteit mee in het verdere verloop van hun leven – risico nemen, durven, ook al weet je niet helemaal zeker hoe het zal aflopen. Het nieuwe opzoeken, het onbekende verkennen en jezelf verbazen dat je iets kunt waarvan je eerder nog niet wist dat je het in je had. Durven spelen. Lees meer…

Alfred Oosterman Fotografie - onderweg

Onderweg

26 april 2017

Ooit heeft iemand gezegd dat onderweg zijn beter is dan aankomen. Zolang je onderweg bent, kun je met volle aandacht in het hier en nu genieten van onbekende uitzichten. Wie onderweg is, bevindt zich in het tussengebied van vertrek en aankomst. Je nam afscheid van het bekende en bent op weg naar het nieuwe, of andersom. Onderweg heb je de tijd om na te denken over je leven, je wordt niet gestoord door alledaagse beslommeringen. Soms spreek je met een onbekende en hoor je jezelf dingen vertellen die je nooit eerder deelde, in de wetenschap dat deze vertrouwde vreemde weer uit je leven zal verdwijnen. Onderweg zijn is een adempauze, een vluchtheuvel tussen het komen en gaan in je drukke bestaan. Lees meer…

Een boodschap

19 april 2017

Je ziet het wel eens liggen, in een winkelwagentje dat je gedachteloos uit een rij andere winkelwagentjes trekt, op weg naar de supermarkt. Een anoniem boodschappenbriefje. Even vraag je je af wie het briefje schreef, en in welk huishouden de gedane boodschappen terecht zijn gekomen. Deze mevrouw is op de terugweg van haar boodschappenrondje, haar tas is gevuld. Hoe ziet de keuken waar ze straks haar boodschappen op tafel legt eruit? Met wie zal ze de maaltijd die ze vanavond bereidt nuttigen? Is ze misschien alleen? Haar tas is maar klein. Ze merkt niet dat de foto wordt genomen. Een Italiaans straatbeeld van iemand met een boodschap in haar hand. Lees meer…

Marathon Rotterdam

14 april 2017

Je loopt 42 kilometer en 195 meter en je bent je gedurende de hele tocht bewust van het feit dat het halen van je doel geheel en al in je eigen handen ligt. Net als ondernemen is hardlopen een mentale kwestie. Je bereidt je voor, je weet dat je soms even diep moet gaan maar je weet ook dat dit is wat je wilt. Aan de finish wacht voldoening, euforie, en het krachtige besef dat wanneer je je op de juiste manier inspant en onderweg openstaat voor de mooie dingen – het samengevoel, de blauwe lucht boven de fenomenale Erasmusbrug, de hartverwarmende aanmoedigingen van toeschouwers – je het onderweg zijn uiteindelijk even waardevol vindt als het finishen. Een hardlopende ondernemer, een ondernemende hardloper, ze verschillen niet zo veel van elkaar. De foto van Alfred Oosterman, met rugnummer 8979, werd gemaakt door zoon Anne. Mooier wordt het niet! Lees meer…

Het moment pakken

27 maart 2017

Wanneer je fotografeert, is het alsof je de tijd stilzet. Een gebeurtenis wordt vertaald in kleur of zwartwit en de actie die je vastlegt, blijft voorgoed vervat in een stilstaand beeld. Als fotograaf probeer ik altijd het moment te pakken waarop iets nog alle kanten op kan gaan. In portretten resulteert dat in spontaniteit en ontspanning. In dit geval vraagt de kijker zich af of het meisje de overkant haalt. De blik van het kind is naar beneden gericht, ze is zich bewust van het water. Heeft ze voldoende vaart gemaakt om weer veilig op de oever te landen? Het antwoord is ja, gelukkig. Maar op dit afgebeelde moment is nog niets zeker. Lees meer…

Berlijn

22 maart 2017

In iedere wereldstad tref je dit beeld aan. Een muzikant speelt voor zijn dagelijks brood en passanten geven al dan niet een klein bedrag om hem te ondersteunen in zijn voortbestaan. Waar de een al op afstand naar een portemonnee begint te zoeken, duikt de ander in elkaar om iedere vorm van oogcontact te vermijden. Sommigen zien een oprechte, hardwerkende muzikant, anderen zien een bedelaar. Het is maar net met welke ogen je naar de werkelijkheid kijkt. Lees meer…

Suzanne neemt je mee…

16 maart 2017

Leonard Cohen schreef het lied Suzanne – het werd in het Nederlands vertolkt door Herman van Veen. ‘Suzanne neemt je mee, naar een bank aan het water, je onthoudt waar ze naar kijkt, als herinnering voor later …’ Alle ingrediënten voor melancholie verzamelen zich in dit Amsterdamse beeld. Twee jonge mensen, zij verdiept in de stadsplattegrond, hij buigt zich voorzichtig naar haar over en kijkt mee. De jongen oogt verlegen en tegelijkertijd is het alsof hij wil zeggen: ‘Neem me mee, laat me nooit meer gaan.’ Een kort moment van intimiteit, vastgelegd in zwartwit. Het water stroomt, onverschillig voor wat zich afspeelt op de kade. En na het maken van de foto loop ik verder, zonder ooit te zullen weten hoe hun verhaal begint danwel eindigt. Lees meer…

Hondeleven

16 maart 2017

De liefde van de hond voor zijn baas speelt zich vaak af buiten het zicht van datzelfde baasje. Hier wordt gewacht en gesmacht. De hond laat zich geenszins afleiden door mijn aanwezigheid als fotograaf. Zijn ogen focussen op het eind van de straat – het dier vertrouwt erop dat het baasje zal terugkeren uit de richting waarin hij of zij vertrok. Aan het adreskokertje op de halsband te zien, is de liefde wederzijds. Sommige Britten beschouwen hun hond slechts als erfbewaker, maar in dit geval waarborgt de eigenaar de terugkeer van de hond, mocht deze zoekraken. Een hondeleven met kwaliteit. Lees meer…

Een paar vierkante meter

16 oktober 2016

De man in de brasserie houdt een telefoon tegen zijn oor gedrukt. Met wie belt hij? Welke boodschap wordt hem meegedeeld? Hij draagt casual kleding, heel anders dan de man vlak voor hem in het beeld, die duidelijk vanuit zijn kantoorbaan op het terras is neergestreken voor een snelle lunch. De oudere heer zit te schrijven. Zijn pen hapert, hij wacht op een volgend woord. Voorin de foto waant een jonge vrouw zich onbespied. Afgewend van de anderen leest zij ingespannen haar boek en uitgerekend zij vormt voor de vluchtige kijker het onderwerp van de foto. Een paar vierkante meter vol met mensen, allemaal diep verzonken in hun eigen wereld. Slechts zichtbaar voor wie verder kijkt. Lees meer…

Eenzaamheid

25 maart 2016

Eenzaamheid kent vele verschijningsvormen. Een beeld als dit, waarin meer omgeving dan mens zichtbaar is, roept in eerste instantie een gevoel van melancholie op. Als hardloper weet ik dat juist dit solitaire lopen een rustgevende en zelfs helende werking kan hebben. De meeste mensen zijn eenzaam tussen anderen, omdat ze de verbinding niet kunnen maken die nodig is voor ‘a sense of belonging’ – een staat van zijn die wij allemaal soms even nodig hebben. Juist tijdens het in eenzaamheid hardlopen, herstel je de verbinding met jezelf en daarmee, als je eenmaal weer tussen de mensen bent, met anderen. Lees meer…