Foto Alfred Oosterman | Tekst Marjolein Scherphuis

Bovenwereld

Een fietser en een visser. In een weids decor van lucht en water kijkt de een naar de verrichtingen van de ander. Om hen heen heerst de stilte van een septemberavond. Misschien heeft de visser omgekeken toen de fietser aan kwam rijden, misschien heeft hij hem gegroet. Nu tuurt hij weer naar zijn dobber. De schemering zet in, kleuren gaan over in grijstinten. Onder water zwemmen vissen, schoksgewijs, sommigen in de richting van het aas. Zij weten van geen bovenwereld. Straks zal de visser zijn vangst meenemen en het water de rug toekeren. De fietser is dan al vertrokken. Toekijken is ook maar toekijken. De boom, nu nog weerspiegeld, verliest langzaam zijn evenbeeld. Wat volgt is de duisternis. Wat blijft is de stilte.